In het nieuws: Luister ons interview bij BNR NieuwsradioLuister hier
Hoge Raad
De advocaat-generaal (AG) bij de Hoge Raad heeft in een recente conclusie (ECLI:NL:PHR:2026:673) zware kritiek geuit op het systeem van wettelijke verhogingen bij verkeersboetes. Volgens de AG zijn de automatische verhogingen van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) wegens te laat betalen in strijd met fundamentele bepalingen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit advies vormt een belangrijke juridische onderbouwing voor de procedures die momenteel tegen de Staat lopen.
Wanneer een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) niet tijdig wordt voldaan, wordt deze van rechtswege verhoogd. In de eerste fase met 50% en in de tweede fase met 100%, berekend over het reeds verhoogde bedrag. Dit resulteert in een totale verhoging van 200%.
Kwalificatie als ‘criminal charge’
In het advies aan de Hoge Raad analyseert de AG deze verhogingen in het licht van artikel 6 EVRM en artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM. De AG oordeelt dat de wettelijke verhogingen niet louter een administratieve incassomaatregel zijn, maar kwalificeren als een bestraffing (‘criminal charge’). Dit brengt met zich mee dat de sanctie moet voldoen aan de waarborgen van artikel 6 EVRM, waaronder de eis van proportionaliteit.
Onrechtmatige inbreuk bij gebrek aan draagkracht
De kern van de problematiek schuilt in de onverkorte toepassing van de Wahv. Er wordt bij de verhogingen geen rekening gehouden met de financiële draagkracht van de betrokkene of de mate van verwijtbaarheid. De AG concludeert dat in gevallen waarin een burger door een gebrek aan draagkracht de boete redelijkerwijs niet kan betalen, dan wel het te laat betalen hem niet te verwijten valt, het stelsel faalt.
Onder deze omstandigheden ontbreekt de vereiste ‘fair balance’ tussen het algemene belang van effectieve boete-inning en de bescherming van het eigendomsrecht van het individu (artikel 1 EP EVRM). Er is dan sprake van een disproportionele en daarmee onrechtmatige inbreuk. Volgens de AG is de Staat (het CJIB) in deze gevallen verplicht om af te zien van de inning van de verhogingen.
Noodzaak voor laagdrempelige rechtsbescherming
Een bijkomend struikelblok in het huidige systeem is de rechtsbescherming. Gedupeerden zijn voor een oordeel over de rechtmatigheid van de verhogingen nu vaak aangewezen op de burgerlijke rechter (de zogeheten restrechter). De AG stelt vast dat deze procedure te complex, te duur en daarmee een te hoge drempel is voor burgers. Geadviseerd wordt om de Wahv zo uit te leggen dat de mededeling van een verhoging geldt als een beschikking waartegen regulier beroep openstaat. Hierdoor kan de bestuursrechter direct en laagdrempelig oordelen over de evenredigheid van de verhoging.
Wat betekent dit voor CJIB-claim?
De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad. Hoewel de Hoge Raad niet verplicht is dit advies te volgen, wordt het in de regel als zwaarwegend beschouwd.
Vanuit CJIB-claim beschouwen wij deze conclusie als een cruciale bevestiging van het juridische fundament onder onze collectieve actie. Het onderschrijft het standpunt dat het automatische verhogingssysteem van de overheid disproportionele gevolgen heeft voor kwetsbare groepen in de samenleving. Wij wachten met vertrouwen het definitieve arrest van de Hoge Raad af en zullen alle aangesloten cliënten nader informeren zodra de uiteindelijke uitspraak is gewezen.
Meer informatie
Heeft u vragen over de procedure of wilt u zich aansluiten bij onze claim? Bekijk de veelgestelde vragen op onze website of neem contact met ons op.
CJIB-claim.nl bereidt een juridische procedure voor tegen de Staat der Nederlanden om deze onredelijke verhogingen onrechtmatig te laten verklaren. Meld jij je ook aan? Samen staan we sterk.
Aanmelden
#cjib #HogeRaad #EVRM #verkeersboetes #Massaclaim #boeteverhogingen